Uitspraak
OVERWEGINGEN
€ 15.951,00. Daarnaast heeft appellant verzocht om € 75.000,00 aan immateriële schadevergoeding voor de aantasting van zijn eer en goede naam en voor geleden psychische schade.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als senior penitentiair inrichtingswerker, werd in 2008 voorwaardelijk strafontslag opgelegd wegens plichtsverzuim en overgeplaatst. De rechtbank oordeelde dat deze straf onrechtmatig was vanwege schending van het gelijkheidsbeginsel en dat de minister de straf moest herroepen. De minister stelde een schriftelijke berisping in en herrolde de overplaatsing, maar appellant had inmiddels ontslag op eigen verzoek genomen.
Appellant vorderde vervolgens schadevergoeding voor materiële en immateriële schade, waaronder verlies van inkomsten en het beëindigen van een studie. De minister vergoedde reeds gemiste toelagen, maar wees verdere schadeclaims af. De rechtbank verklaarde het bezwaar deels gegrond en kende proceskosten toe.
In hoger beroep stelt appellant dat de minister aansprakelijk is voor onrechtmatig handelen en besluitvorming. De Raad oordeelt dat het optreden van de minister gerechtvaardigd was en dat het plichtsverzuim van appellant de oorzaak was van de maatregelen. Er is geen causaal verband tussen de onrechtmatige straf en de gevorderde schade. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak en wijst het hoger beroep af zonder toekenning van schadevergoeding.