ECLI:NL:CRVB:2015:71
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzondere bijstand wegens niet-woonachtig zijn in de gemeente
Appellant vroeg op 27 september 2010 bijzondere bijstand aan voor diverse kosten, met als woonadres een adres in de gemeente. Het college wees de aanvraag af omdat appellant sinds december 2008 niet meer in de gemeentelijke basisadministratie stond ingeschreven, zijn woning tijdens detentie niet had aangehouden en een huurovereenkomst buiten de gemeente had gesloten.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij zijn woonplaats niet vrijwillig had opgegeven en gedwongen was te verblijven op een camping buiten de gemeente vanwege een conflict met de gemeente. Hij stelde dat zijn intentie was terug te keren naar zijn oorspronkelijke woonplaats.
De Raad oordeelde dat ondanks deze stellingen de feitelijke situatie leidde tot het ontbreken van woonplaats in de gemeente. Op grond van artikel 40, eerste lid, WWB, had appellant daarom geen recht op bijzondere bijstand van het college. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van bijzondere bijstand bevestigd wegens het ontbreken van woonplaats in de gemeente.