Uitspraak
25 juli 2013, 12/4667 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant diende op 26 april 2012 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Het college verzocht appellant om aanvullende gegevens, waaronder informatie over een huis in India en de financiële situatie van zijn in India verblijvende echtgenote, met een hersteltermijn tot 25 mei 2012. Appellant heeft niet alle gevraagde gegevens tijdig verstrekt, waarop het college de aanvraag buiten behandeling stelde op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Appellant voerde aan dat er sprake was van een misverstand over het bezit van het huis in India en dat er mondeling contact was geweest over de financiële situatie van zijn echtgenote. De Raad oordeelde dat het college terecht gegevens over het huis en de financiële positie van de echtgenote als relevant beschouwde en dat appellant redelijkerwijs over deze gegevens had kunnen beschikken. Ook was geen verzoek om verlenging van de hersteltermijn gedaan.
De Raad stelde vast dat het college bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen en dat de aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam terecht was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig verstrekken van gevraagde gegevens.