Uitspraak
30 augustus 2013, 13/3091en 13/3794 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en werd verwezen naar een traject bij een bedrijf om arbeidsritme en vaardigheden op te doen. Het college legde een maatregel op wegens onvoldoende medewerking, omdat appellante weigerde een arbeidsovereenkomst te ondertekenen die haar ter plekke werd voorgelegd zonder dat zij deze mee naar huis mocht nemen om te bestuderen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het college onvoldoende maatwerk heeft geleverd en appellante niet adequaat heeft geïnformeerd over de werkzaamheden en de inhoud van de arbeidsovereenkomst. Er is geen verslag van het introductiegesprek en de weigering om de overeenkomst mee te nemen was onzorgvuldig.
De Raad stelt vast dat appellante zich niet maatregelwaardig heeft gedragen, waardoor het besluit tot verlaging van de bijstand onterecht is opgelegd. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd voor dit onderdeel, het besluit van 9 juli 2013 wordt vernietigd en het besluit van 8 mei 2013 wordt herroepen. Het college wordt veroordeeld in de kosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de bijstand wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld in de kosten van appellante.