ECLI:NL:CRVB:2015:671
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op WIA-uitkering bij fibromyalgie en psychische klachten
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster, meldde zich ziek met psychische klachten en fibromyalgie. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij geschikt was voor haar eigen werk en wees de WIA-uitkering af. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat haar beperkingen werden onderschat.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld. Ook de arbeidskundige beoordeling dat appellante geschikt was voor haar eigen werk werd bevestigd. In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank.
De Raad concludeerde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, alle relevante medische informatie was meegewogen en dat er geen nieuwe medische gegevens waren die een ander oordeel rechtvaardigden. De arbeidsdeskundige had bovendien voldoende gemotiveerd dat de lichte administratieve werkzaamheden binnen de belastbaarheid van appellante vielen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Appellante heeft geen recht op WIA-uitkering omdat zij geschikt is voor haar eigen werk ondanks haar beperkingen.