ECLI:NL:CRVB:2015:667
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag elektrische rolstoel ter vervanging van scootmobiel
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Maastricht om een elektrische rolstoel ter vervanging van haar scootmobiel, zodat zij zich binnenshuis zittend kan verplaatsen. Het college wees de aanvraag af op basis van een medisch advies waarin werd gesteld dat de lichamelijke beperkingen van appellante geen verstrekking van een elektrische rolstoel rechtvaardigen en dat toekenning zelfs anti-revaliderend zou kunnen werken.
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit, stellende dat het medisch onderzoek onvolledig was. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond en baseerde zich op het medisch advies van een arts die appellante had onderzocht en informatie had ingewonnen bij de huisarts. De huisarts beschreef de medische situatie van appellante met diverse beperkingen, maar gaf aan dat zij 200 tot 300 meter kan lopen met een rollator en zelfstandig transfers kan maken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was. In hoger beroep bestreed appellante dit oordeel en stelde dat haar nieuwe huisarts nieuwe onderzoeken had gestart, waarvan de resultaten nog niet waren ingediend. De Raad concludeerde dat er geen nieuwe medische stukken waren overgelegd en dat het oordeel van de rechtbank en het college stand hield vanwege het ontbreken van nieuwe feiten.
De Raad wees er tevens op dat het gebruik van een elektrische rolstoel mogelijk zou leiden tot minder beweging binnenshuis en minder buitenshuis activiteiten, wat nadelige gevolgen kan hebben voor appellante. De Raad adviseerde partijen om de mogelijkheid van een scootmobiel met voetbediening nader te onderzoeken. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor een elektrische rolstoel wordt afgewezen en het bestreden besluit wordt bevestigd.