ECLI:NL:CRVB:2015:666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugwerkende tegemoetkoming TOG over 2009-2011 wegens ontbreken bijzonder geval
Appellante vroeg een tegemoetkoming aan op grond van de Regeling tegemoetkoming ouders van thuiswonende gehandicapte kinderen (TOG) voor haar dochter. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af vanaf het derde kwartaal 2012 omdat haar dochter niet voldeed aan de zorgindicatievereisten. Appellante maakte bezwaar tegen deze beslissing, met het verzoek om ook terugwerkend over de jaren 2009 tot en met 2011 een tegemoetkoming toe te kennen.
De Svb wees het bezwaar af, stellende dat er geen sprake was van een bijzonder geval zoals bedoeld in de beleidsregels, en dat de onbekendheid van appellante met de TOG-regeling niet als zodanig kon worden aangemerkt. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond en motiveerde dat alleen onbekendheid met de regeling onvoldoende is om terugwerkende kracht toe te kennen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet op de hoogte was gesteld door de Svb of andere instanties, en dat dit een bijzonder geval opleverde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante in hoger beroep niet meer gronden aanvoerde dan in eerste aanleg en onderschreef de motivering van de rechtbank. De Raad bevestigde dat geen terugwerkende tegemoetkoming wordt toegekend en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van terugwerkende tegemoetkoming wordt bevestigd.