ECLI:NL:CRVB:2015:631
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.H. Bel
- C.H. Rombouts
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek terugvordering bijstand wegens ontbreken nieuw feit
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), waarvan het college bij besluit van 20 juli 2011 de hoogte herzag en een bedrag van €49.236,14 terugvorderde wegens onjuiste opgave van inkomsten. Appellant verzocht om herziening van dit terugvorderingsbedrag, onderbouwd met stukken van de Belastingdienst en een eigen administratie.
Het college wees dit verzoek af bij besluit van 5 oktober 2011, gehandhaafd bij besluit van 25 januari 2013, omdat de overgelegde stukken niet als nieuw feit of omstandigheid konden worden aangemerkt. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn administratie de werkelijke geringe inkomsten aantoonde en dat hij deze niet eerder kon overleggen wegens moeite met het verzamelen van gegevens. De Raad oordeelde dat deze administratie geen nieuw feit of omstandigheid vormde omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij dit overzicht ten tijde van het oorspronkelijke besluit niet kon overleggen.
Daarom was geen plaats voor inhoudelijke toetsing van het bestreden besluit en werd het hoger beroep verworpen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de terugvordering bijstand wordt afgewezen wegens ontbreken van een nieuw feit of omstandigheid.