ECLI:NL:CRVB:2015:628
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenlandbijdrage Zorgverzekeringswet voor in Duitsland wonende AOW-gerechtigde
Appellant woonde in 2009 in Duitsland en ontving vanaf 1 augustus 2009 AOW-pensioen. Op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en Verordening EEG nr. 1408/71 werd appellant als verdragsgerechtigde aangemerkt, met recht op zorg in Duitsland ten laste van Nederland, waarvoor een buitenlandbijdrage verschuldigd is.
Het Zorginstituut stelde de buitenlandbijdrage definitief vast op € 732,48 over 2009 en verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit besluit en oordeelde dat appellant ook zonder tijdige inschrijving met een E-121 formulier verdragsgerechtigd is en de bijdrageplicht blijft bestaan, ondanks het feit dat appellant niet tijdig geïnformeerd was en een particuliere ziektekostenverzekering aanhield.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep zich aangesloten bij het oordeel van de rechtbank. Het beroep faalt ook omdat het niet aannemelijk is dat een verzekering met terugwerkende kracht niet kan werken; het recht op zorg en de bijdrageplicht ontstonden immers vanaf het moment dat appellant AOW ontving in Duitsland. De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de buitenlandbijdrage wordt bevestigd.