ECLI:NL:CRVB:2015:617
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde schoonmaakwerkzaamheden
Appellanten ontvingen bijstand en een uitkering op grond van de WWB en de Wet investeren in jongeren over de periode van mei 2010 tot april 2012. Naar aanleiding van een gesprek op 14 mei 2012 bleek dat appellante schoonmaakwerkzaamheden verrichtte zonder dit te melden, wat een schending van de inlichtingenverplichting vormt.
Het college trok de bijstand en uitkering met ingang van 1 mei 2010 in en vorderde de kosten van bijstand terug tot een bedrag van €35.048,82. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten onder meer aan dat de verklaring onder druk was afgelegd en dat de agenda onrechtmatig was ingezien.
De Raad oordeelde dat de verklaring rechtsgeldig was afgelegd, geen sprake was van onrechtmatig verkregen bewijs en dat appellante op geld waardeerbare werkzaamheden verrichtte die zij niet had gemeld. Omdat appellante geen inzicht gaf in de omvang van haar werkzaamheden en inkomen, kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.