ECLI:NL:CRVB:2015:58
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende AIO-aanvulling zonder tijdige melding bij SVB
Appellante vroeg een AIO-aanvulling aan met ingang van 11 juni 2012, maar stelde dat deze met terugwerkende kracht vanaf 8 april 2010 had moeten ingaan, de datum waarop zij een verblijfsvergunning kreeg. Zij voerde aan dat de SVB haar gegevens kende en zij geen aanvraagformulier had ontvangen. De SVB wees dit af en kende de aanvulling toe vanaf de datum van daadwerkelijke melding.
De Raad oordeelde dat volgens de WWB de bijstand wordt toegekend vanaf de dag waarop het recht ontstaat, maar niet eerder dan de dag van melding of aanvraag. De enkele inschrijving in Almere was onvoldoende om te concluderen dat appellante zich had gemeld. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de belanghebbende om zich tijdig te melden. De stelling dat de SVB een aanvraagformulier had moeten sturen faalde, mede omdat appellante geen AOW-gerechtigde was.
De Raad verwierp ook het argument dat de ontvangst van een KOB-formulier een aanleiding was voor een AIO-aanvraag. De KOB is een algemene tegemoetkoming en staat los van AIO. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de AIO-aanvulling niet met terugwerkende kracht wordt toegekend zonder tijdige melding of aanvraag.