ECLI:NL:CRVB:2015:531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering wegens niet-duurzame arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om hem geen IVA-uitkering toe te kennen per 8 oktober 2012, omdat hij volgens het UWV niet duurzaam arbeidsongeschikt is. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en onderschreef het verzekeringsgeneeskundig oordeel dat herstelkansen aanwezig zijn. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn lichamelijke klachten onvoldoende zijn meegewogen en dat het rapport van de verzekeringsarts onvoldoende onderbouwing geeft voor het herstelperspectief.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de beoordeling van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, die een voldoende onderbouwing gaf voor de inschatting dat de functionele mogelijkheden van appellant kunnen verbeteren, terecht is. De Raad wijst erop dat de verwijzing naar een cardiologisch onderzoek na de datum in geding geen bewijs van duurzame arbeidsongeschiktheid levert en dat appellant zijn stellingen onvoldoende met medische gegevens heeft onderbouwd.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV dat appellant niet in aanmerking komt voor een IVA-uitkering. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een IVA-uitkering wegens niet-duurzame arbeidsongeschiktheid.