ECLI:NL:CRVB:2015:517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- E.C.R. Schut
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en overschrijding vermogensgrens
Betrokkene ontving bijstand van december 1999 tot februari 2002. Naar aanleiding van een melding van verdachte transacties, waaronder een wisseltransactie op 3 september 2001, werd een onderzoek ingesteld. Op basis hiervan werd de bijstand over de periode van 3 september 2001 tot en met 14 februari 2002 ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene tegen dit besluit gegrond en beperkte de intrekking tot september 2001. Appellant stelde echter dat de intrekking terecht was over de gehele periode, omdat betrokkene de inlichtingenverplichting had geschonden en het vermogen de vermogensgrens overschreed.
De Raad oordeelde dat betrokkene onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het geld niet haar vermogen betrof en verwierp het beroep van betrokkene. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de intrekking beperkte en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.