ECLI:NL:CRVB:2015:4983
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, die als beautymedewerkster werkte, meldde zich ziek vanwege nek- en rugklachten, hoofdpijn en vermoeidheid. Het UWV stelde na onderzoek vast dat zij het Klippel-Feil syndroom en scoliose heeft met beperkte nekbeweeglijkheid, maar dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt, waardoor geen recht op WIA-uitkering bestaat.
De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit van het UWV, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat passende functies waren vastgesteld die appellante kon vervullen. In hoger beroep voerde appellante aan dat de functionele beperkingen onvoldoende waren erkend, met name het niet kunnen voorover buigen van het hoofd en het risico op vallen.
De Raad overwoog dat het medisch oordeel van het UWV, gebaseerd op verzekeringsartsenrapporten en overleg met de orthopedisch chirurg, juist was en dat appellante geen onderbouwd medisch tegenbewijs had geleverd. Ook de arbeidsdeskundige had passend werk vastgesteld dat rekening hield met haar beperkingen.
Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en weigering WIA-uitkering bevestigd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.