ECLI:NL:CRVB:2015:4861
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering ten onrechte toegekende onderwijsvergoeding
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap had aan appellant op basis van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Wtos) tegemoetkomingen toegekend voor de studiejaren 2009-2010 en 2010-2011. Later bleek dat appellant slechts enkele maanden was ingeschreven en niet gedurende de volledige studiejaren had gestudeerd, waardoor de toegekende bedragen ten onrechte waren verstrekt.
De minister heeft daarom de tegemoetkomingen herzien en een bedrag van €1.953,01 teruggevorderd. Appellant voerde aan dat hij de tegemoetkomingen niet zelf had aangevraagd en dat een derde de bedragen had ontvangen en overgeschreven. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat appellant wist of redelijkerwijs kon weten dat hij geen recht had op de volledige tegemoetkomingen.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep overwogen dat appellant gebruik heeft gemaakt van zijn persoonlijke gegevens voor de aanvragen en dat het onwaarschijnlijk is dat deze geheel buiten zijn medeweten zijn gedaan. Ook al zou dat zo zijn, dan nog heeft appellant de bedragen ontvangen en was hij daarvan op de hoogte of had hij dat kunnen zijn. De Raad concludeert dat de minister terecht gebruik heeft gemaakt van de herzieningsbevoegdheid en dat de terugvordering rechtmatig is.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van ten onrechte toegekende tegemoetkomingen aan appellant.