ECLI:NL:CRVB:2015:4818
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante ontving sinds 2004 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV trok deze uitkering in 2013 in, omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen, waaronder psychische klachten, knie- en longklachten, onvoldoende waren erkend. Ook stelde zij dat de geselecteerde functies ongeschikt waren vanwege haar analfabetisme en het onvermogen om de Nederlandse taal binnen zes maanden te leren.
De Raad oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht, waarbij alle relevante medische informatie was betrokken. De beperkingen zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) weerspiegelen volgens de Raad de belastbaarheid van appellante adequaat. De bezwaren over medicijngebruik en taalvaardigheid faalden eveneens.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek en oordeelt dat appellante de geselecteerde functies kan vervullen.