Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een boormeester met een WIA-uitkering van 57%, stelde dat zijn beperkingen waren toegenomen door evenwichtsstoornissen. Na onderzoek wees het UWV zijn verzoek tot verhoging van de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de beperkingen correct waren vastgesteld volgens de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van juni 2013.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen werden onderschat, onderbouwd met medische en arbeidsdeskundige rapporten. De Raad oordeelde echter dat de rechtbank terecht geen aanleiding zag voor verdergaande beperkingen dan reeds vastgesteld. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep toonde overtuigend aan dat vier geselecteerde functies binnen de belastbaarheid van appellant vielen.
Verder bevestigde de Raad de strikte diploma-eis voor functies en vond dat appellant’s werkervaring en aanvullende opleidingen niet zonder meer gelijkgesteld konden worden aan het vereiste diploma, tenzij dit ondubbelzinnig aangetoond was. Voor de functie cadcal medewerker achtte de Raad de hogere diploma’s en ervaring van appellant wel gelijkwaardig aan het vereiste mbo-niveau 3.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van het verzoek tot verhoging van de WIA-uitkering wordt bevestigd.