Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraken;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, met rug- en psychische klachten, werd door het UWV beoordeeld als minder dan 35% arbeidsongeschikt per 21 januari 2013, waarna zijn WIA-uitkering werd geweigerd. Later beëindigde het UWV ook zijn ZW-uitkering per 5 juni 2013, omdat hij geschikt werd geacht tot arbeid.
De rechtbanken verklaarden het beroep van appellant tegen beide besluiten ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de medische beperkingen correct waren weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en dat de geselecteerde functies passend waren. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen, met name door uitstralende rugklachten, onderschat waren en dat de beoordeling onjuist was, met verzoek tot inschakeling van een deskundige.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verzekeringsartsen zorgvuldig en concludent te werk waren gegaan en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de medische beoordelingen onjuist waren. De Raad bevestigde dat de geselecteerde functies medisch passend waren en dat er geen nieuwe medische feiten waren die de ZW-beoordeling zouden wijzigen. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraken bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraken worden bevestigd.