ECLI:NL:CRVB:2015:4797
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen eervol ontslag wegens te late indiening
Appellant was werkzaam als heftruckchauffeur/magazijnmedewerker bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en meldde zich ziek op 23 maart 2010. Bij besluit van 9 mei 2011 verleende de minister hem eervol ontslag met ingang van 1 mei 2011, verzonden per post naar het laatst bekende postbusadres in Nederland. Op 10 mei 2011 ontving appellant een e-mail met het ontslagbesluit als bijlage.
Appellant maakte pas op 15 februari 2013 bezwaar tegen het ontslagbesluit, wat door de minister op 8 mei 2013 niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant bekend was met het besluit en de bezwaartermijn niet verschoonbaar was overschreden.
In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat het besluit niet naar het juiste adres was verzonden en dat hij niet tijdig op de hoogte was gesteld. De Raad oordeelde dat de minister het besluit mocht verzenden naar het laatst bekende adres en dat appellant via e-mail duidelijk kenbaar had gemaakt bereikbaar te zijn. De ontvangst van het besluit via e-mail op 10 september 2012 was voldoende voor de aanvang van de bezwaartermijn. De medische verklaring van appellant gaf geen reden tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het eervol ontslagbesluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare termijnoverschrijding.