ECLI:NL:CRVB:2015:4792
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om vergoeding voor extra vakantie op grond van Wubo
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer op grond van psychische invaliditeit, verzocht om vergoeding van een extra vakantie naar Indonesië voor een familiehereniging. Dit verzoek werd op 16 april 2014 afgewezen omdat de reis werd gezien als een reguliere vakantie.
Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. De Raad beoordeelde dat vergoeding van een extra vakantie onder de Wubo alleen mogelijk is bij medische noodzaak, zoals een voorschrift van een behandelend arts voor reconvalescentie of preventie van een acute verergering van een causale aandoening.
In dit geval ontbrak een dergelijk medisch voorschrift specifiek voor de reis. De overgelegde verklaringen van de kno-arts betroffen psychische klachten, maar deze arts is niet gespecialiseerd in psychische problematiek, waardoor de verklaringen niet als medisch voorschrift konden worden aangemerkt. Ook was er geen sprake van een acute dreigende psychische decompensatie.
De Raad concludeerde dat de reis een reguliere vakantie betrof, waarvoor geen vergoeding op grond van de Wubo mogelijk is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat niet is voldaan aan de medische voorwaarden voor vergoeding van een extra vakantie op grond van de Wubo.