Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- verklaart het beroep in zoverre ongegrond;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft het hoger beroep van de Sociale verzekeringsbank (Svb) tegen een uitspraak van de rechtbank Roermond over de intrekking van een verklaring tot ontheffing van de verzekeringsplicht AWBZ met terugwerkende kracht. De Centrale Raad van Beroep heeft prejudiciële vragen voorgelegd aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, dat op 4 juni 2015 een arrest heeft gewezen waarin werd bevestigd dat de verklaring tot ontheffing slechts declaratoir is en in overeenstemming moet zijn met het Europese recht.
De Raad concludeert dat de Svb terecht met terugwerkende kracht vanaf 1 mei 2006 de verklaring tot ontheffing heeft ingetrokken, omdat betrokkene vanaf die datum een AOW-pensioen ontving en daarmee verzekeringsplichtig werd voor de AWBZ en Zvw. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de Svb onvoldoende rekening had gehouden met de belangen van betrokkene en dat de verklaring rechtsgevolgen in het leven had geroepen.
Hoewel de toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 leidt tot verzekering met terugwerkende kracht, terwijl de Zorgverzekeringswet slechts vier maanden terugwerkende kracht toestaat, acht de Raad dit buiten de reikwijdte van dit geding. De Nederlandse Staat heeft volgens het arrest een zorgplicht om betrokkene passende bescherming te bieden. De Raad vertrouwt erop dat de Staat hieraan zal voldoen. Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep van betrokkene ongegrond en bevestigt de intrekking van de verklaring tot ontheffing van de verzekeringsplicht AWBZ met terugwerkende kracht.