ECLI:NL:CRVB:2015:478
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wubo-uitkering wegens ontbreken blijvende invaliditeit door oorlogsgeweld
Appellant, geboren in 1935 in Nederlands-Indië, is erkend als slachtoffer van oorlogsgeweld vanwege internering tijdens de Japanse bezetting. Hij verzocht om een Wubo-uitkering, die in 2002 werd afgewezen wegens het ontbreken van lichamelijk of psychisch letsel als gevolg van het oorlogsgeweld. In 2013 vroeg appellant opnieuw een uitkering aan, met het argument dat zijn klachten waren verergerd en dat hij ook een overval op zee en ongeregeldheden in Bandoeng had meegemaakt.
De Raad beoordeelde dat de overval op zee niet onder de Wubo valt omdat er geen directe persoonlijke betrokkenheid was en niemand gewond raakte. Ook de ongeregeldheden en vlucht naar het Julianaziekenhuis konden niet als gebeurtenis in de zin van de Wubo worden aangemerkt, omdat onvoldoende is vastgesteld dat appellant zich in een acuut levensbedreigende situatie bevond.
Medisch advies concludeerde dat de psychische en lichamelijke klachten van appellant niet aan het erkende oorlogsgeweld kunnen worden toegeschreven, maar aan andere oorzaken. De Raad achtte het besluit van de verweerder deugdelijk en voldoende gemotiveerd en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep op een Wubo-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van blijvende invaliditeit door oorlogsgeweld.