ECLI:NL:CRVB:2015:4753
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar bij termijnoverschrijding bij intrekking bijstand
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand, maar het college blokkeerde de uitbetaling vanaf 1 september 2010 vanwege onderverhuur van haar woning. Na een adreswijziging naar het uitkeringsadres van haar broer werd bij besluit van 14 maart 2011 de bijstand met terugwerkende kracht ingetrokken. De broer van appellante werd curator in november 2012 en maakte in december 2012 bezwaar tegen het intrekkingsbesluit.
Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij al in maart 2011 bezwaar had gemaakt en dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege haar psychische problemen.
De Raad oordeelde dat de brief van maart 2011 geen bezwaarschrift tegen het intrekkingsbesluit bevatte, omdat daarin geen verwijzing naar het besluit stond. Verder was niet aannemelijk dat appellante door haar psychische toestand niet in staat was haar belangen te behartigen, mede omdat zij contact had met het college en een adreswijziging had doorgegeven. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar blijft niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.