ECLI:NL:CRVB:2015:4743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens onjuiste woonadresverstrekking
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder vanaf eind 2011, met als woonadres een specifiek uitkeringsadres. Na een anonieme melding dat zij samenwoonde met een ander persoon op een ander adres, voerde de gemeente Amsterdam een onderzoek uit, inclusief buurtonderzoek en getuigenverklaringen.
Op grond van dit onderzoek trok het college de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betwistte appellante de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen en stelde dat positieve bevindingen onvoldoende waren meegewogen.
De Raad oordeelde dat de getuigenverklaringen, gebaseerd op concrete waarnemingen en eenduidig, voldoende waren om aan te nemen dat appellante niet op het opgegeven adres woonde. Haar dienstverband bood onvoldoende verklaring voor het ontbreken van zichtbare aanwezigheid. Hierdoor had appellante haar inlichtingenverplichting niet nageleefd, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De Raad bevestigde daarom het besluit tot intrekking en de terugvordering van bijstandskosten. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens onjuiste opgave van het woonadres.