ECLI:NL:CRVB:2015:4726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering AOW-pensioen bij niet-duurzaam gescheiden leven
Appellante ontving sinds april 2005 een AOW-pensioen op basis van de norm van een ongehuwde. Na een onderzoek door de Sociale verzekeringsbank (Svb) bleek dat zij sinds 2000 een geregistreerd partnerschap had en dat haar partner in 2008 was overleden. De Svb herzag het pensioen met terugwerkende kracht naar de gehuwdennorm en vorderde het te veel betaalde bedrag terug.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat sprake was van duurzaam gescheiden leven, omdat zij en haar partner een LAT-relatie hadden en zij hem verzorgde zonder financiële verstrengeling. De Raad oordeelde echter dat uit de feiten niet bleek dat zij ieder afzonderlijk hun eigen leven leidden als ware zij niet gehuwd, zodat duurzaam gescheiden leven niet aannemelijk was.
Verder werd vastgesteld dat appellante haar informatieplicht had geschonden door het geregistreerd partnerschap niet te melden, waardoor de Svb terecht het pensioen herzag en het te veel betaalde bedrag terugvorderde. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van het AOW-pensioen bevestigd.