Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een voormalige godsdienstleraar basisonderwijs, meldde zich in 2008 en opnieuw in 2013 ziek met psychische klachten. Na medisch onderzoek werd vastgesteld dat hij geschikt was voor maatgevende arbeid en daarom geen recht meer had op ziekengeld. Het UWV beëindigde de uitkering per 6 september 2013.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat er een wezenlijk verschil van mening bestond tussen zijn behandelend psychiater en de door het UWV geraadpleegde psychiater, waardoor een onafhankelijke deskundige moest worden ingeschakeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij ook informatie van beide psychiaters was betrokken. De expertise toonde geen verandering in het beeld ten opzichte van eerdere beoordelingen. De psychische problematiek was niet ernstig genoeg voor volledige arbeidsongeschiktheid en appellant was geschikt voor lichte arbeid.
Er was onvoldoende aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige. Het hoger beroep faalde, en de beëindiging van het recht op ziekengeld bleef in stand. Verzoek tot vergoeding van wettelijke rente werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor maatgevende arbeid.