Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 1.960,-;
- bepaalt dat het Uwv het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal
Centrale Raad van Beroep
Appellant viel uit het werk als projectleider wegens hartklachten en vroeg een loongerelateerde WGA-uitkering aan. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op circa 73,5% en wees een loongerelateerde WGA-uitkering toe. Appellant maakte bezwaar en beroep tegen deze beslissing, stellende dat zijn beperkingen onderschat waren en de geselecteerde functies ongeschikt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Deze Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij alle medische gegevens en klachten zijn betrokken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had een gedegen analyse gemaakt en het verzoek tot aanvullend onderzoek was niet noodzakelijk.
Verder concludeerde de Raad dat de beperkingen van appellant juist waren weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst en dat de arbeidsdeskundige de voorbeeldfuncties passend had gemotiveerd. De mate van arbeidsongeschiktheid bleef onder de 80%, waardoor geen recht op een IVA-uitkering bestond.
Het bestreden besluit werd ondanks een niet volledig deugdelijke motivering in stand gelaten omdat appellant hierdoor niet was benadeeld. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant, terwijl het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt afgewezen en het bestreden besluit wordt bevestigd.