Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep ongegrond;
- bepaalt dat de Svb aan appellant het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 122,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening en terugvordering van de AOW-partnertoeslag over de periode april tot en met november 2012, omdat zijn echtgenote pensioenpremies had terugontvangen die niet aan de Sociale Verzekeringsbank (Svb) waren gemeld. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens overschrijding van de bezwaartermijn, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak omdat appellant tijdig bezwaar had gemaakt.
De pensioenuitkering aan de echtgenote betrof een terugbetaling van te veel ingehouden pensioenpremies, voortkomend uit het Barber-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie. De echtgenote koos ervoor het bedrag in 2012 uit te laten betalen in plaats van het te gebruiken voor een hoger pensioen.
De Svb kwalificeerde deze betaling als overig inkomen dat verrekend moet worden met de partnertoeslag op grond van het Inkomensbesluit socialezekerheidswetten. De Raad bevestigde dit en oordeelde dat geen sprake was van een kennelijk onredelijk resultaat, ook al was de echtgenote niet op de hoogte van de gevolgen van haar keuze.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd bepaald dat appellant het betaalde griffierecht vergoed krijgt. Er was geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de partnertoeslag blijft gehandhaafd.