ECLI:NL:CRVB:2015:4608
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op periodieke uitkering Wuv wegens ontbreken verminderd functioneren
Betrokkene, geboren in 1942 en overleden in 2013, diende een aanvraag in voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Hoewel psychische klachten werden erkend als gevolg van vervolging, concludeerde verweerder dat deze niet leidden tot verminderd functioneren volgens de geldende maatstaf. Ook werden lichamelijke klachten niet toegeschreven aan oorlogsgeweld.
Na een medisch onderzoek door arts A.J. Maas en een bevestigend advies van arts R.J. Roelofs, concludeerde verweerder dat betrokkene niet voldeed aan de criteria voor een periodieke uitkering. Het bezwaar hiertegen werd ongegrond verklaard. Appellanten stelden dat betrokkene wel verminderd functioneerde en meer huishoudelijke hulp nodig had, maar de Raad vond geen medische gegevens die dit ondersteunen.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit deugdelijk was voorbereid en gemotiveerd. Er waren geen nieuwe feiten die het eerdere medische oordeel konden wijzigen. Ook de weigering tot toekenning van meer dan één dagdeel huishoudelijke hulp werd bevestigd, omdat betrokkene lichte huishoudelijke werkzaamheden nog kon verrichten.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat betrokkene geen verminderd functioneren vertoont volgens de Wuv.