ECLI:NL:CRVB:2015:4582
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij weigering verlenging gehandicaptenparkeerkaart
Appellante had bij het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade een aanvraag ingediend voor verlenging van de geldigheidsduur van een gehandicaptenparkeerkaart type bestuurder, welke op 4 september 2013 werd afgewezen. Het college verklaarde het bezwaar tegen deze afwijzing op 18 februari 2014 ongegrond.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep tegen dit besluit niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift te laat was ingediend, namelijk op 3 april 2014, terwijl de termijn eindigde op 1 april 2014. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij had gewacht op een gesprek met de wethouder(s) om een onderlinge oplossing te vinden, waardoor zij vertrouwde op het vermijden van een gerechtelijke procedure.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken was ingediend en dat deze termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. De Raad benadrukte dat appellante op de hoogte was van de beroepstermijn en dat het wachten op een gesprek voor haar eigen risico was. Zij had binnen de termijn alsnog een beroepschrift kunnen indienen. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.