ECLI:NL:CRVB:2015:4569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen toekenning en overgang naar LFNP-functie Forensisch Assistent
Betrokkene, sinds 2006 werkzaam als Forensisch Assistent bij het voormalige korps Zaanstreek-Waterland, verzocht om functieonderhoud dat in 2011 werd afgewezen. De korpschef bepaalde haar uitgangspositie voor de LFNP-functie als Assistent Forensische Opsporing, schaal 5, wat betrokkene betwistte omdat haar werkzaamheden meer overeenkwamen met schaal 6.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 25 april 2014 gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de transponeringstabel een algemeen verbindend voorschrift is en dat appellant de regeling onjuist had toegepast. De Centrale Raad van Beroep herzag dit oordeel en stelde dat de transponeringstabel geen algemeen verbindend voorschrift is, maar wel zwaarwegende betekenis heeft.
De Raad oordeelde dat appellant bevoegd was en dat betrokkene onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de matching niet conform de regeling was geschied of dat het resultaat onhoudbaar was. Het beroep op de hardheidsclausule faalde omdat deze niet bedoeld is om uitgangsposities te corrigeren of rekening te houden met extra werkzaamheden die eerder hadden kunnen worden ingebracht.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee het besluit van de korpschef tot toekenning van de LFNP-functie werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van de LFNP-functie bevestigd.