ECLI:NL:CRVB:2015:4527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als groepshulp kinderopvang, meldde zich ziek met gewrichts- en psychische klachten. Het UWV stelde na onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees haar WIA-uitkering af. Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar beperkingen groter waren dan aangenomen, met name door psychische klachten en rugklachten, en betwistte de passendheid van geselecteerde functies.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de verzekeringsgeneeskundige beoordeling deugdelijk was gemotiveerd en dat de aanvullende medische informatie niet relevant was voor de situatie op de peildatum. Ook werd geen urenbeperking gegrond verklaard en bleken de geselecteerde functies passend.
Het hoger beroep slaagde niet en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.