ECLI:NL:CRVB:2015:4525
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijkheid woonadres en gezamenlijke huishouding
Appellante diende op 4 september 2013 een aanvraag in voor bijstand op grond van de WWB, waarbij zij verklaarde te wonen op het adres van haar moeder. Het college wees de aanvraag af omdat zij zou samenwonen met haar nicht op een ander adres, waardoor zij geen zelfstandig bijstandsontvanger zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betwistte appellante de juistheid van het intakeverslag waarop het college zich baseerde.
De Raad concludeerde dat het intakeverslag niet gedateerd was, niet was voorgelezen of ondertekend door appellante, en niet bevestigd door aanwezigen, waardoor onvoldoende waarborgen bestaan dat de verklaring volledig en juist is. Het verslag gaf slechts een summiere samenvatting zonder concrete vragen en antwoorden, en onduidelijkheid over de situatie uit 2007.
Hierdoor bood het rapport onvoldoende basis om te concluderen dat appellante niet woonde op het opgegeven adres. Het college had zonder nader onderzoek de aanvraag niet mogen afwijzen. Het bestreden besluit was daardoor niet zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. De Raad vernietigde het besluit en droeg het college op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij tegen dat besluit alleen beroep bij de Raad mogelijk is. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt vernietigd en het college krijgt opdracht een nieuw besluit te nemen.