ECLI:NL:CRVB:2015:4513
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.E. Bakker
- G. van Zeben-de Vries
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsongeschiktheidsklasse 65-80% na herbeoordeling WIA-uitkering
Appellante, een senior IT-professional, viel in augustus 2009 uit wegens energetische klachten. Het UWV kende haar een loongerelateerde WIA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 60,95%, ingedeeld in de klasse 65 tot 80%.
Na een verzoek tot herbeoordeling handhaafde het UWV in juni 2013 deze indeling. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel in mei 2014, waarbij werd overwogen dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen passend waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar invaliderende vermoeidheid en biologische klokstoornis onvoldoende werden meegewogen. Een cardioloog concludeerde in augustus 2015 tot postinspanningsmalaise. De Raad oordeelde echter dat deze bevinding niet tot een ander oordeel leidt, omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep aannemelijk maakte dat de beperkingen adequaat zijn vastgesteld en de fietstest niet vergelijkbaar is met arbeid binnen die beperkingen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarmee de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de arbeidsongeschiktheidsklasse 65 tot 80% blijft gehandhaafd.