ECLI:NL:CRVB:2015:4425
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift wegens termijnoverschrijding bij UWV-uitkeringszaak
Appellante, die een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontving, werd per 6 maart 2013 hersteld verklaard door het UWV. Tegen dit besluit diende zij bezwaar in op 11 april 2013, na het verstrijken van de wettelijke termijn van twee weken. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, omdat er geen medische redenen waren die deze overschrijding konden verantwoorden.
De rechtbank Rotterdam oordeelde eveneens dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, mede op basis van het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar licht verstandelijke beperking, psychische klachten en beperkte beheersing van de Nederlandse taal haar belemmerden tijdig bezwaar te maken. Tevens stelde zij dat haar echtgenoot, die ook psychische klachten heeft, niet in staat was haar hierbij te ondersteunen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV. De Raad stelde vast dat de verzekeringsarts gemotiveerd had aangegeven dat er geen medische redenen waren die de termijnoverschrijding rechtvaardigden. Ook was de beperkte taalbeheersing onvoldoende om de overschrijding te verontschuldigen, mede omdat appellante Nederlands basisonderwijs had gevolgd en een taalcursus succesvol had afgerond. Verder was er voldoende ondersteuning beschikbaar geweest, en de Raad wees het verzoek om benoeming van een onafhankelijke deskundige af.
De Raad bevestigde daarmee het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar en verwierp het hoger beroep van appellante. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar blijft niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.