ECLI:NL:CRVB:2015:4420
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling bijstandsaanvraag wegens niet overleggen bankgegevens
Appellante diende op 12 augustus 2013 een aanvraag in voor bijstand op grond van de WWB. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verzocht appellante meerdere keren om aanvullende gegevens, waaronder bankafschriften van haar en haar dochter, binnen gestelde termijnen aan te leveren. Appellante leverde deze gegevens niet tijdig aan en reageerde niet op herhaalde verzoeken.
Het college stelde daarop de aanvraag buiten behandeling, een besluit dat na bezwaar werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij wel geprobeerd had de bankafschriften te verkrijgen, maar dit niet was gelukt, en dat zij niet gehoord was voordat het besluit werd genomen.
De Raad oordeelde dat het college bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen op grond van artikel 4:5 Awb Pro, omdat de gevraagde gegevens noodzakelijk waren voor een goede beoordeling en appellante deze niet binnen de hersteltermijn had aangeleverd. De stelling van appellante werd niet onderbouwd en er was geen verzoek om uitstel gedaan. Ook was er geen wettelijke verplichting tot het horen van appellante voorafgaand aan het besluit. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag bijstand wordt buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig overleggen van gevraagde bankgegevens.