ECLI:NL:CRVB:2015:4410
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Aanvraag bijstand buiten behandeling gelaten wegens niet tijdig overleggen bankafschriften
Appellante ontving sinds 2007 bijstand en had deze vanaf december 2012 ingetrokken gekregen wegens vermogen boven de vermogensgrens. In oktober 2013 deed zij een nieuwe aanvraag om bijstand. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verzocht haar om binnen een gestelde termijn bankafschriften en informatie over een buitenlandse woning te overleggen. Appellante leverde niet alle gevraagde bankafschriften tijdig aan, waardoor het college de aanvraag buiten behandeling stelde op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat het college verkeerde informatie had gevraagd, maar dit werd verworpen omdat het college duidelijk had aangegeven welke stukken nodig waren en appellante geen verzoek tot uitleg of uitstel had gedaan. Ook haar leeftijd en taalbeheersing deden hier niet aan af.
De Raad overwoog dat het niet tijdig overleggen van de bankafschriften een gegronde reden was om de aanvraag buiten behandeling te laten. Stukken die na het besluit werden overgelegd, konden in beginsel niet meer worden meegewogen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellante wordt buiten behandeling gelaten wegens het niet tijdig overleggen van gevraagde bankafschriften.