ECLI:NL:CRVB:2015:4394
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellant betwistte het UWV-besluit dat zijn herziening van de WAO-uitkering pas per 7 januari 2012 ingaat, terwijl hij stelt dat zijn arbeidsongeschiktheid al vanaf 16 december 2009 begon. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde op basis van medische rapporten en informatie van huisarts en bedrijfsarts dat de arbeidsongeschiktheid niet eerder dan 5 januari 2010 was begonnen.
Appellant voerde aan dat zijn psychische en lichamelijke klachten onvoldoende zijn meegewogen, en dat hij niet in staat was om de geselecteerde functies te vervullen. De Raad oordeelde dat de medische onderbouwing van de verzekeringsarts zorgvuldig en gemotiveerd is, en dat de bedrijfsarts een ander doel heeft dan de verzekeringsarts bij het vaststellen van arbeidsongeschiktheid. Ook was er geen reden om te twijfelen aan de arbeidsdeskundige rapporten die de geschiktheid voor bepaalde functies bevestigen.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende medische onderbouwing voor een eerdere arbeidsongeschiktheidsdatum, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.