Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft een herzieningsverzoek ingediend tegen het UWV-besluit van 6 augustus 2008 waarin werd vastgesteld dat hij geen recht had op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die het eerdere besluit onjuist maakten.
In de bezwaar- en beroepsfase heeft appellant onder meer medische rapporten en behandelplannen overgelegd, maar de Raad oordeelde dat deze geen nieuwe feiten bevatten die niet eerder bekend waren. De rechtbank had dit ook reeds geoordeeld en verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde dat een persoonlijkheidsstoornis in 2008 niet was meegewogen, maar dit was al bekend in 2006.
De Raad bevestigt dat het UWV terecht is uitgegaan van de Functionele Mogelijkhedenlijst van juli 2008 zonder psychische beperkingen en dat de zogenaamde Amber-beoordelingen na 2008 juist zijn uitgevoerd. Er is geen medisch objectiveerbare informatie overgelegd waaruit blijkt dat de beperkingen in de relevante periodes zijn toegenomen. Het verzoek tot herziening voor de toekomst kon niet tot een gunstiger besluit leiden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst het verzoek tot vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de WIA-uitkering wordt afgewezen en het eerdere besluit van het UWV blijft in stand.