ECLI:NL:CRVB:2015:4331
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening studiefinanciering naar thuiswonende status wegens niet-woonachtig op GBA-adres
Appellante ontving studiefinanciering op basis van de norm voor een uitwonende studerende. Na een huisbezoek op het GBA-adres van appellante bleek dat zij daar niet daadwerkelijk woonde. Er werden nauwelijks persoonlijke spullen van haar aangetroffen, en haar slaapkamer was niet bruikbaar. De minister herzag daarop de studiefinanciering naar de thuiswonende norm en vorderde te veel betaalde bedragen terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij onvoldoende bewijs leverde dat zij op het GBA-adres woonde. Appellante voerde aan dat zij tijdelijk elders verbleef vanwege de afwezigheid van haar ouders en dat haar slaapkamer achter de keuken niet was gecontroleerd, maar dit werd niet aannemelijk geacht.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad oordeelde dat de minister aan de bewijslast had voldaan en dat de bevindingen van het huisbezoek voldoende waren om te concluderen dat appellante niet op het GBA-adres woonde. Tegenstrijdige verklaringen van appellante en het ontbreken van persoonlijke bezittingen onderbouwden dit oordeel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de terugvordering gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van studiefinanciering naar thuiswonende norm bevestigd.