Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving aanvankelijk een WAO-uitkering op basis van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV herzag deze uitkering bij besluit van 3 januari 2013 naar een mate van 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid, gebaseerd op een rapport van verzekeringsarts Wolters. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV ongegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant correct waren vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De door appellant aangevoerde medische rapporten en stellingen, waaronder die van orthopedisch chirurg Wigt, boden onvoldoende grond om het oordeel van de verzekeringsartsen te betwijfelen.
In hoger beroep stelde appellant dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn beperkingen. De Raad onderschreef echter de eerdere oordelen en wees het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige af. Ook de geschiktheid van de geduide functies werd bevestigd. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 november 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.