ECLI:NL:CRVB:2015:4294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als stellingmonteur, meldde zich ziek met psychische klachten en fysieke beperkingen aan rug en knieën. Het UWV stelde vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en weigerde een WIA-uitkering. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen zwaarder zijn en dat hij de voorgestelde voorbeeldfuncties niet kan vervullen.
De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat de verzekeringsarts het medisch dossier en onderzoeken zorgvuldig had beoordeeld. De beperkingen zijn inzichtelijk en gemotiveerd vastgesteld, rekening houdend met psychische klachten, rug- en knieproblemen en eczeem. Ook aanvullende medische informatie van specialisten bracht geen nieuwe feiten die tot een andere beoordeling leiden.
De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant de voorbeeldfuncties, waaronder productiemedewerker industrie en besteller post/pakketten, kan vervullen ondanks de beperkingen. De Raad bevestigt dat het hoger beroep ongegrond is en dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wordt bevestigd.