ECLI:NL:CRVB:2015:4289
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij WGA-uitkering
Appellante, voormalig doktersassistente, meldde zich in 2009 ziek met diverse klachten waaronder Carpaal Tunnelsyndroom. Het UWV stelde aanvankelijk vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geen recht had op een WIA-uitkering. Na een operatie en verdere medische beoordeling werd haar arbeidsongeschiktheid in 2013 vastgesteld op 100%, waarna het UWV haar recht op een WGA-loonaanvullingsuitkering bevestigde.
Appellante stelde hoger beroep in tegen eerdere besluiten waarin haar recht op uitkering werd afgewezen. Tijdens het hoger beroep nam het UWV een nieuw besluit waarin het bezwaar van appellante gegrond werd verklaard en haar recht op een WGA-uitkering met ingang van 18 mei 2013 werd vastgesteld. Appellante stemde hiermee in, maar betwistte dat dit besluit op pragmatische gronden was genomen.
De Raad overwoog dat procesbelang vereist is om ontvankelijk te zijn in hoger beroep. Aangezien het UWV inmiddels aan het verzoek van appellante had voldaan, ontbrak het procesbelang. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.