ECLI:NL:CRVB:2015:4244
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant was werkzaam als bouwvakhulp en viel uit wegens rug- en heupklachten. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op WIA-uitkering ontstond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de beperkingen op het gebied van houding, buigen, tillen, duwen en trekken ernstiger waren dan vastgesteld en dat de geselecteerde voorbeeldfuncties niet passend waren. De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat de beperkingen juist waren ingeschat en dat de functies medisch passend waren.
De Raad verwierp het hoger beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.