ECLI:NL:CRVB:2015:4241
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens voldoende arbeidsvermogen op 18e verjaardag
Appellante vroeg op grond van de Wet Wajong arbeids- en inkomensondersteuning aan vanwege chronische vermoeidheid en cognitieve beperkingen. Het UWV wees de aanvraag af omdat zij op haar 18e verjaardag voldoende arbeidsvermogen had om meer dan 75% van het minimumloon te verdienen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat het UWV-onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat haar beperkingen werden onderschat, onderbouwd met medische rapporten van een neuroloog en andere deskundigen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verzekeringsgeneeskundige rapporten zorgvuldig tot stand waren gekomen, concludent en consistent waren, en dat het UWV terecht op deze rapporten had gebaseerd. De Raad vond geen aanleiding om de vastgestelde belastbaarheid en de Functionele Mogelijkhedenlijst te betwijfelen.
Het neuropsychologisch onderzoek en aanvullende medische informatie ondersteunden de conclusie dat appellante eenvoudige, routinematige arbeid zonder complexe taken kan verrichten zonder urenbeperking. Het hoger beroep werd verworpen en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de Wajong-uitkering wordt bevestigd omdat appellante op haar 18e verjaardag voldoende arbeidsvermogen had.