ECLI:NL:CRVB:2015:4207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stellen aanvraag bijstand wegens niet tijdig aanleveren gegevens
Appellante diende op 13 mei 2013 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college verzocht haar meerdere malen om aanvullende financiële gegevens, waaronder bankafschriften en bewijsstukken over haar levensonderhoud vanaf 1 mei 2012.
Omdat appellante niet binnen de gestelde hersteltermijn van 27 juni 2013 de gevraagde gegevens aanleverde, stelde het college de aanvraag op 28 juni 2013 buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het buitenbehandelingsbesluit eveneens ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij telefonisch om uitstel had gevraagd, maar dit werd niet onderbouwd. Uit een rapportage bleek dat zij slechts om een vertaling van bankgegevens had gevraagd en dat zij geen geld had voor bankafschriften.
De Raad oordeelde dat het college terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen omdat essentiële gegevens ontbraken en appellante geen geldige reden gaf voor het niet tijdig aanleveren. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde gegevens; het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.