ECLI:NL:CRVB:2015:4204
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling WWB-aanvraag wegens ontbreken financiële gegevens
Appellant, voormalig zelfstandig ondernemer, vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college verzocht hem om diverse financiële documenten, waaronder bankafschriften met saldovermelding en jaarrekeningen, maar appellant leverde deze niet tijdig aan. Hierdoor stelde het college de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het college verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Rotterdam oordeelde eveneens dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling had gesteld. In hoger beroep voerde appellant onder meer aan dat het college de financiële behoeften van zijn kinderen niet had meegewogen en dat psychische problemen hem verhinderden de gevraagde gegevens tijdig te overleggen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen omdat de gevraagde gegevens noodzakelijk zijn voor een juiste beoordeling en appellant deze niet tijdig had verstrekt. De verdragsrechtelijke argumenten van appellant faalden, evenals zijn betoog over psychische problemen vanwege het ontbreken van bewijs. Ook de terugvordering van het voorschot was rechtmatig. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag bijstand blijft buiten behandeling wegens het niet tijdig aanleveren van noodzakelijke financiële gegevens.