Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van
- bepaalt dat het Uwv het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal
Centrale Raad van Beroep
Appellant diende op 29 maart 2010 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering, welke op 6 juli 2010 werd afgewezen door het UWV. Zonder rechtsmiddel aan te wenden, vroeg appellant op 11 november 2013 opnieuw een Wajong-uitkering aan. Deze aanvraag werd eveneens afgewezen op 2 januari 2014 wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het verkrijgen van een WSW-indicatie en het feit dat alle banen die hij aanneemt mislukken, nieuwe feiten zijn die herziening van het besluit rechtvaardigen. De Raad oordeelde dat de WSW-indicatie geen nieuw feit of veranderde omstandigheid is in de zin van artikel 4:6 van Pro de Awb en dat het falen in werk geen nieuwe feitelijke grond is.
Hoewel het UWV het verzoek tot herziening niet volledig had gemotiveerd, bevatte de aanvraag en de medische stukken geen gegevens die het eerdere besluit konden doen wijzigen. Daarom werd het bestreden besluit in stand gelaten en de aangevallen uitspraak bevestigd. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De aanvraag voor herziening van de Wajong-uitkering wordt afgewezen en het bestreden besluit blijft in stand.