ECLI:NL:CRVB:2015:41
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- W.J.A.M. van Brussel
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag politieambtenaar wegens ernstig plichtsverzuim bij innen verkeersboetes
Appellant, sinds 2001 werkzaam als motorrijder bij de politie Gelderland-Zuid, werd onderzocht na een interne melding dat hij op 8 juni 2009 contant verkeersboetes had geïnd zonder kwitantie te verstrekken. Het Bureau Interne Onderzoeken startte een onderzoek dat leidde tot verdenkingen van valsheid in geschrift en verduistering. Na een strafrechtelijke procedure, waarin appellant aanvankelijk werd vrijgesproken, werd hij in hoger beroep veroordeeld voor deze feiten.
In de bestuursrechtelijke procedure betwistte appellant het plichtsverzuim en stelde dat collega’s of nepagenten de bekeuringen hadden uitgeschreven. Hij voerde ook aan dat het BIO-onderzoek niet objectief was en dat de straf niet evenredig was. De Raad oordeelde dat het ontslag op eigenstandige feitenvaststelling berustte en dat de strafrechtelijke bewijsregels niet strikt hoefden te gelden.
De Raad concludeerde dat appellant zich schuldig had gemaakt aan ernstig plichtsverzuim, gelet op het technisch bewijs van het NFI, getuigenverklaringen en zijn eigen erkenningen. Het niet afdragen van geïnde gelden en het niet verwerken van bekeuringen in het systeem vormden een ernstige schending van zijn ambtelijke plichten. Het ontslag werd als passende sanctie bevestigd.
De Raad wees het verzoek tot aanhouding van het hoger beroep in afwachting van cassatie af, omdat de disciplinaire maatregel losstaat van het strafproces. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het ontslag wegens ernstig plichtsverzuim van appellant wordt bevestigd.