ECLI:NL:CRVB:2015:4059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning wettelijke rente over nabetaalde bijstand, geen immateriële schadevergoeding
Appellante had bijstand ontvangen die per 1 oktober 2012 werd ingetrokken door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Na bezwaar en hoger beroep heeft het college het besluit ingetrokken en de bijstand met terugwerkende kracht toegekend tot 20 mei 2013, inclusief een vergoeding voor bezwaar- en hoorzittingskosten.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond had verklaard, omdat het college het bestreden besluit niet had gehandhaafd. Wel was het college niet geheel tegemoetgekomen aan appellante, omdat het geen schadevergoeding had toegekend.
De Raad oordeelde dat appellante recht heeft op wettelijke rente over de periode van 1 oktober 2012 tot en met 19 mei 2013, berekend conform eerdere jurisprudentie. Het verzoek om immateriële schadevergoeding werd afgewezen, omdat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij schade in die zin had geleden. De Raad wees daarbij op de vereisten uit de civielrechtelijke schadevergoedingsregels en vaste jurisprudentie.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht van appellante.
Uitkomst: Het college moet wettelijke rente betalen over de nabetaalde bijstand van 1 oktober 2012 tot en met 19 mei 2013, maar het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.